Bloembollen planten in de herfst voor een kleurrijk voorjaar
Wie in maart de eerste krokussen ziet opkomen, weet dat het werk maanden eerder is gedaan. Bloembollen hebben een koude periode nodig om in het voorjaar te kunnen bloeien, en daarom gaan ze in de herfst de grond in. Het mooie is dat je er weinig voor hoeft te doen: een schop, een zak bollen en een uurtje tijd zijn vaak al genoeg.
Toch maakt het verschil hoe je het aanpakt. Het moment van planten, de diepte en de manier waarop je soorten combineert bepalen of je tuin een paar weken of juist maandenlang kleurt. In dit artikel lees je hoe je dat slim regelt.
Het juiste moment
De beste periode om voorjaarsbollen te planten loopt grofweg van eind september tot half december. De grond is dan nog niet bevroren, maar wel afgekoeld. Dat is precies wat bollen nodig hebben om wortels te maken zonder meteen uit te lopen.
Krokussen, sneeuwklokjes en narcissen kunnen het best wat vroeger de grond in, in september of oktober. Tulpen plant je liever later, vanaf eind oktober tot in december. In koudere grond is de kans op schimmelziekten zoals tulpenvuur kleiner. Zolang je de bollen in de grond krijgt voordat het echt gaat vriezen, zit je goed.
Hoe diep plant je een bol?
Een eenvoudige vuistregel: plant een bol twee tot drie keer zo diep als hij hoog is. Een tulpenbol van vijf centimeter gaat dus ongeveer tien tot vijftien centimeter diep. Kleine bolletjes zoals blauwe druifjes en krokussen komen op zo’n vijf tot acht centimeter te liggen, grote sierui of keizerskroon kan wel twintig centimeter diep.
Zet de bol met de punt omhoog. Twijfel je bij knolletjes zoals anemonen, leg ze dan op hun kant; de plant vindt zelf de weg naar boven. Op lichte zandgrond mag je iets dieper planten, op zware kleigrond iets ondieper.
- Kleine bollen: 5 tot 8 cm diep
- Tulpen en narcissen: 10 tot 15 cm diep
- Grote bollen zoals sierui: 15 tot 20 cm diep
- Punt altijd naar boven
- Na het planten de grond licht aandrukken
Grond en standplaats
Bollen houden niet van natte voeten. Staat er in de winter water op een plek, dan rotten ze snel weg. Zware grond kun je verbeteren met wat compost of grof zand in het plantgat. De meeste voorjaarsbloeiers willen een zonnige tot halfschaduwrijke plek. Onder bladverliezende struiken en bomen doen vroege bloeiers het vaak goed, omdat ze bloeien voordat het bladerdak dichtgaat.
Wil je meer weten over grondverbetering, gereedschap of andere tuinklussen in het najaar, dan vind je op tuinenkoopgids.nl uiteenlopende informatie en tips voor in je tuin.
Combineren voor een lange bloeitijd
Het geheim van een kleurrijk voorjaar is spreiding. Door vroege, middenvroege en late bloeiers te combineren, heb je van februari tot in mei steeds iets in bloei. Begin met sneeuwklokjes en winterakonieten, laat krokussen en blauwe druifjes volgen, daarna narcissen en tot slot tulpen en sierui.
Een populaire methode is de lasagnemethode. Je plant in één pot of plantvak meerdere lagen boven elkaar: onderin de grote, late bollen zoals tulpen, daarboven narcissen en bovenin kleine bolletjes zoals krokussen. Elke laag komt op zijn eigen moment op, zodat dezelfde plek wekenlang blijft bloeien.
Natuurlijk ogende borders
Bollen in strakke rijtjes ogen al snel wat stijf. Voor een natuurlijker effect plant je ze in groepjes van minstens zeven tot tien stuks van dezelfde soort. Je kunt ook een handvol bollen over het gras of de border strooien en ze planten waar ze neerkomen. Vooral krokussen, sneeuwklokjes en narcissen lenen zich hiervoor, omdat ze zich jaar na jaar uitbreiden.
Let bij kleurcombinaties op contrast of juist harmonie. Wit en blauw geeft een frisse uitstraling, terwijl oranje en paars een opvallend geheel vormen. Combineer je bollen met vaste planten, dan verbergen die later in het seizoen het afstervende blad.

