Category: Uncategorized

Je staat op het punt om te gaan hardlopen of naar de sportschool te gaan en je vraagt je af: moet ik nu nog iets eten, of kan ik beter wachten tot na de training? Het antwoord hangt af van een paar dingen: hoe lang en hoe zwaar je traint, wat voor soort sport je doet en hoe je lichaam reageert op eten vlak voor inspanning.

In dit artikel lees je hoe de timing van maaltijden en snacks werkt, waarom een duursporter andere keuzes maakt dan iemand die vooral aan krachttraining doet, en hoe je zelf uitvindt wat voor jou het prettigst voelt.

Waarom timing ertoe doet

Tijdens het sporten gebruikt je lichaam vooral koolhydraten en vetten als brandstof. Koolhydraten liggen opgeslagen als glycogeen in je spieren en lever. Die voorraad is beperkt, en hoe intensiever je traint, hoe sneller je erdoorheen gaat. Wat je in de uren voor een training eet, bepaalt dus mede hoeveel energie je beschikbaar hebt.

Tegelijk wil je niet met een volle maag gaan sporten. Tijdens inspanning gaat er minder bloed naar je spijsvertering, waardoor een zware maaltijd kan leiden tot krampen, misselijkheid of een opgeblazen gevoel. De kunst is dus om genoeg energie binnen te krijgen zonder dat je er last van hebt.

Eten voor de training

Een volwaardige maaltijd eet je bij voorkeur twee tot drie uur voor je gaat sporten. Denk aan volkorenbrood met beleg, havermout met fruit of een bord pasta met groente. Dat geeft je lichaam tijd om het eten te verteren, zodat de energie beschikbaar is wanneer je begint.

Heb je minder tijd, kies dan voor iets kleins en licht verteerbaars, ongeveer een half uur tot een uur van tevoren. Vet en veel vezels vertragen de vertering, dus die kun je vlak voor een training beter beperken.

Een paar snacks die veel sporters goed verdragen:

  • Een banaan of een handje gedroogd fruit
  • Een rijstwafel met wat honing of jam
  • Een kleine kom yoghurt met wat cruesli
  • Een krentenbol of een sneetje wit brood met stroop

Duursport: brandstof voor de lange adem

Bij duursporten zoals hardlopen, fietsen of zwemmen draait het vooral om koolhydraten. Train je korter dan een uur op een rustig tempo, dan heb je meestal genoeg aan je normale maaltijden. Ga je langer of intensiever aan de slag, dan wordt het belangrijker om goed gevuld aan de start te staan en onderweg bij te tanken, bijvoorbeeld met sportdrank, een gelletje of een stukje banaan.

Na een lange duurtraining wil je je glycogeenvoorraad weer aanvullen. Een maaltijd met koolhydraten en een portie eiwit, zoals rijst met kip of brood met kwark, helpt daarbij. Vooral als je de volgende dag weer traint, merk je het verschil als je dit niet te lang uitstelt.

Krachtsport: eiwitten en herstel

Bij krachttraining ligt de nadruk meer op herstel en spieropbouw. Eiwitten spelen daarin een hoofdrol, omdat je spieren ze gebruiken om kleine beschadigingen te herstellen en sterker te worden. Het helpt om je eiwitten verspreid over de dag binnen te krijgen, met een portie in de maaltijd of snack na je training.

Toch zijn koolhydraten ook bij krachtsport niet onbelangrijk. Zware sets vragen om snelle energie, en wie met een lege tank traint, merkt vaak dat de laatste herhalingen zwaarder vallen. Een lichte maaltijd met wat koolhydraten en eiwit een paar uur voor je training is dus een goed vertrekpunt. Wil je meer weten over krachttraining, materiaal of andere sportvragen, dan vind je op vraageensporter.nl uiteenlopende artikelen die daar dieper op ingaan.

Nuchter trainen: wel of niet doen?

Sommige mensen sporten graag ‘s ochtends vroeg zonder eerst te eten. Voor een rustige wandeling of een korte, lichte duurloop kan dat prima. Je lichaam heeft dan genoeg reserves om die inspanning te leveren.

Bij intensieve of lange trainingen ligt dat anders. Dan loop je het risico dat je sneller moe wordt, duizelig raakt of minder uit je training haalt. Merk je dat je nuchter slecht presteert, probeer dan eens een klein ontbijtje, zoals een banaan of een beker yoghurt, een halfuur voordat je begint.

Luister naar je eigen lichaam

Algemene richtlijnen geven houvast, maar iedereen reageert anders op eten rond het sporten. De een kan vlak voor een hardloopronde nog een boterham eten, de ander voelt zich dan de hele training ongemakkelijk. Probeer verschillende momenten en producten uit tijdens gewone trainingen, en houd eventueel bij hoe je je voelt. Zo leer je wat bij jou past, en voorkom je verrassingen op een belangrijke wedstrijddag.

Of je nu eet voor of na het sporten, het gaat uiteindelijk om het totaalplaatje: voldoende energie, genoeg eiwit, voldoende drinken en een timing die bij jouw training en je spijsvertering past. Met een beetje experimenteren vind je vanzelf het ritme waarin je je sterk voelt en goed herstelt.

Wie in maart de eerste krokussen ziet opkomen, weet dat het werk maanden eerder is gedaan. Bloembollen hebben een koude periode nodig om in het voorjaar te kunnen bloeien, en daarom gaan ze in de herfst de grond in. Het mooie is dat je er weinig voor hoeft te doen: een schop, een zak bollen en een uurtje tijd zijn vaak al genoeg.

Toch maakt het verschil hoe je het aanpakt. Het moment van planten, de diepte en de manier waarop je soorten combineert bepalen of je tuin een paar weken of juist maandenlang kleurt. In dit artikel lees je hoe je dat slim regelt.

Het juiste moment

De beste periode om voorjaarsbollen te planten loopt grofweg van eind september tot half december. De grond is dan nog niet bevroren, maar wel afgekoeld. Dat is precies wat bollen nodig hebben om wortels te maken zonder meteen uit te lopen.

Krokussen, sneeuwklokjes en narcissen kunnen het best wat vroeger de grond in, in september of oktober. Tulpen plant je liever later, vanaf eind oktober tot in december. In koudere grond is de kans op schimmelziekten zoals tulpenvuur kleiner. Zolang je de bollen in de grond krijgt voordat het echt gaat vriezen, zit je goed.

Hoe diep plant je een bol?

Een eenvoudige vuistregel: plant een bol twee tot drie keer zo diep als hij hoog is. Een tulpenbol van vijf centimeter gaat dus ongeveer tien tot vijftien centimeter diep. Kleine bolletjes zoals blauwe druifjes en krokussen komen op zo’n vijf tot acht centimeter te liggen, grote sierui of keizerskroon kan wel twintig centimeter diep.

Zet de bol met de punt omhoog. Twijfel je bij knolletjes zoals anemonen, leg ze dan op hun kant; de plant vindt zelf de weg naar boven. Op lichte zandgrond mag je iets dieper planten, op zware kleigrond iets ondieper.

  • Kleine bollen: 5 tot 8 cm diep
  • Tulpen en narcissen: 10 tot 15 cm diep
  • Grote bollen zoals sierui: 15 tot 20 cm diep
  • Punt altijd naar boven
  • Na het planten de grond licht aandrukken

Grond en standplaats

Bollen houden niet van natte voeten. Staat er in de winter water op een plek, dan rotten ze snel weg. Zware grond kun je verbeteren met wat compost of grof zand in het plantgat. De meeste voorjaarsbloeiers willen een zonnige tot halfschaduwrijke plek. Onder bladverliezende struiken en bomen doen vroege bloeiers het vaak goed, omdat ze bloeien voordat het bladerdak dichtgaat.

Wil je meer weten over grondverbetering, gereedschap of andere tuinklussen in het najaar, dan vind je op tuinenkoopgids.nl uiteenlopende informatie en tips voor in je tuin.

Combineren voor een lange bloeitijd

Het geheim van een kleurrijk voorjaar is spreiding. Door vroege, middenvroege en late bloeiers te combineren, heb je van februari tot in mei steeds iets in bloei. Begin met sneeuwklokjes en winterakonieten, laat krokussen en blauwe druifjes volgen, daarna narcissen en tot slot tulpen en sierui.

Een populaire methode is de lasagnemethode. Je plant in één pot of plantvak meerdere lagen boven elkaar: onderin de grote, late bollen zoals tulpen, daarboven narcissen en bovenin kleine bolletjes zoals krokussen. Elke laag komt op zijn eigen moment op, zodat dezelfde plek wekenlang blijft bloeien.

Natuurlijk ogende borders

Bollen in strakke rijtjes ogen al snel wat stijf. Voor een natuurlijker effect plant je ze in groepjes van minstens zeven tot tien stuks van dezelfde soort. Je kunt ook een handvol bollen over het gras of de border strooien en ze planten waar ze neerkomen. Vooral krokussen, sneeuwklokjes en narcissen lenen zich hiervoor, omdat ze zich jaar na jaar uitbreiden.

Let bij kleurcombinaties op contrast of juist harmonie. Wit en blauw geeft een frisse uitstraling, terwijl oranje en paars een opvallend geheel vormen. Combineer je bollen met vaste planten, dan verbergen die later in het seizoen het afstervende blad.

Wie aan Osnabrück denkt, denkt misschien eerst aan de oude binnenstad en de Vrede van Westfalen. Maar op een paar kilometer van het centrum begint het Teutoburger Woud, een langgerekte, beboste heuvelrug die zich van het noordwesten naar het zuidoosten door het landschap trekt. Voor fietsers is dat een interessante combinatie: vlakke stukken langs akkers en beken, afgewisseld met klimmetjes die je benen voelen.

In dit artikel vind je drie routes van verschillend niveau, met een indicatie van afstand en zwaarte en een paar plekken waar je goed kunt stoppen. De afstanden zijn afgerond en hangen af van waar je precies start en welke varianten je kiest, dus neem ze als richtlijn.

Wat je kunt verwachten van het Teuto

Het Teutoburger Woud, in de regio vaak kortweg Teuto genoemd, is geen hooggebergte. De toppen liggen rond de Osnabrück meestal tussen de 200 en ruim 300 meter. Toch zijn de hellingen soms kort en steil, zeker op kleinere wegen en bospaden. Voor een Nederlandse fietser die vooral polders gewend is, kan dat even wennen zijn.

De ondergrond wisselt sterk. Er zijn goed geasfalteerde fietspaden langs provinciale wegen, maar ook landbouwweggetjes en gravelpaden door het bos. Met een toerfiets of e-bike kom je op de meeste routes prima uit de voeten; voor de echte bospaden is een gravelbike of mountainbike prettiger.

Rustig begin: Rubbenbruchsee en de Hüggel

Voor een eerste kennismaking is een tocht naar het westen van de stad een goede keuze. Je fietst eerst naar de Rubbenbruchsee, een meer aan de rand van Osnabrück met een wandel- en fietspad rondom. Vandaar rijd je verder richting Hasbergen en de Hüggel, een kleine heuvel met bos en sporen van vroegere mijnbouw.

Heen en terug kom je op ongeveer 30 tot 35 kilometer, met een beperkt aantal hoogtemeters. Dit is een route voor beginners, gezinnen met wat oudere kinderen en iedereen die een ontspannen middag zoekt. Bij het meer kun je een pauze nemen met uitzicht op het water, en op de Hüggel zelf zijn rustige plekken om even op een bankje te zitten.

Middelzwaar: via de heuvels naar Bad Iburg

Wil je echt het Teutoburger Woud in, dan is de rit naar Bad Iburg een klassieker. Je verlaat Osnabrück richting het zuiden, via Georgsmarienhütte of langs de rand van de heuvelrug. Onderweg krijg je een paar stevige klimmetjes, maar ook mooie afdalingen en uitzichten over het Osnabrücker Land.

In Bad Iburg is het slot op de heuvel een herkenbaar punt, en de boomkroonpad in het kuurpark geeft je een heel ander perspectief op het bos. Het stadje is ook een logische plek voor koffie en gebak voordat je terugrijdt. Reken in totaal op zo’n 45 tot 55 kilometer en enkele honderden hoogtemeters, afhankelijk van je route.

Voordat je vertrekt, is het handig om te kijken of er wegwerkzaamheden of evenementen in de regio zijn die je route beïnvloeden. Lokaal nieuws en activiteiten in en rond de stad vind je onder meer op Nachrichtenosnabruck, zodat je niet voor een afgesloten weg komt te staan.

Pittig: over de kam naar Tecklenburg

Voor geoefende fietsers is een tocht naar het westen, richting Tecklenburg aan de andere kant van de deelstaatgrens, een mooie uitdaging. Je volgt grotendeels de heuvelrug, met regelmatig korte, steile stukken. Het vakwerkstadje zelf ligt op een heuvel, dus de laatste kilometers vragen nog wat extra inspanning.

Met heen- en terugweg zit je al snel op 70 tot 80 kilometer. In Tecklenburg kun je goed lunchen op een van de terrassen in het oude centrum. Kies voor de terugweg eventueel een vlakkere route door het dal, zodat je benen wat kunnen herstellen.

Praktische tips voor onderweg

Een goede voorbereiding maakt het verschil, zeker als je de heuvels niet gewend bent.

  • Controleer je remmen voor je vertrekt; sommige afdalingen zijn steil.
  • Neem genoeg water mee, want in het bos zijn weinig voorzieningen.
  • Gebruik een offline kaart of fietsapp met hoogteprofiel.
  • Houd rekening met wandelaars op smalle bospaden.
  • Laad je e-bike accu volledig op voor de langere routes.

Je eigen ritme vinden

Het mooie van fietsen rond Osnabrück is dat je routes makkelijk kunt inkorten of uitbreiden. Begin gerust met de kortere tocht naar de Hüggel en bouw daarna op naar Bad Iburg of Tecklenburg. Zo leer je het landschap stap voor stap kennen, en merk je vanzelf welke klimmetjes je de volgende keer met wat meer vertrouwen aanpakt.

Een oprit lijkt een praktische zaak: je auto moet er staan en je wilt droge voeten houden als je naar de voordeur loopt. Toch is de keuze voor het materiaal groter dan je misschien denkt. Het bepaalt hoeveel je kwijt bent, hoeveel tijd je later in onderhoud steekt, wat er met regenwater gebeurt en hoe je huis er vanaf de straat uitziet.

In dit artikel zetten we drie veelgekozen opties naast elkaar: klinkers, grind en grastegels. Zo kun je beter inschatten welke oplossing past bij jouw situatie, budget en smaak.

Wat kost de aanleg?

Grind is meestal de goedkoopste optie om aan te leggen. Je hebt een goed aangedrukte ondergrond nodig, vaak een laag puin of steenslag, worteldoek en een laag grind van enkele centimeters. Met grindmatten of grindplaten erin blijft het grind beter op zijn plek, wat de kosten wat verhoogt maar veel ergernis scheelt.

Klinkers vragen een grotere investering. De ondergrond moet stevig zijn, met een fundering van zand of puin, opsluitbanden langs de randen en vakkundig straatwerk. Doe je het zelf, dan bespaar je op arbeid, maar reken op een paar flinke werkdagen. Grastegels zitten qua prijs vaak tussen grind en klinkers in, afhankelijk van of je kiest voor betonnen of kunststof tegels en hoeveel grondwerk nodig is.

Onderhoud door de jaren heen

Klinkers zijn op korte termijn het makkelijkst: af en toe vegen en het onkruid tussen de voegen verwijderen. Op de lange termijn kunnen ze verzakken, vooral waar de auto steeds op dezelfde plek draait of remt. Dan moet een deel opnieuw worden gelegd. Met voegzand of een onkruidwerende voegmortel houd je de groei tussen de stenen beperkt.

Grind vraagt meer aandacht. Het verplaatst zich onder banden, raakt vervuild met blad en zand en na een paar jaar groeit er gemakkelijk onkruid in. Bijvullen en harken horen erbij. Grastegels moet je maaien, bemesten en soms bijzaaien, want op plekken waar de auto vaak staat krijgt het gras het zwaar door gebrek aan licht en door de druk van de banden.

Waterdoorlatendheid en regenwater

Steeds meer gemeenten vragen bewoners om tuinen minder te verharden, omdat het riool bij hevige buien de hoeveelheid water niet aankan. Hier scoren grind en grastegels duidelijk beter. Regenwater zakt direct de bodem in, wat wateroverlast beperkt en de grond in droge periodes vochtiger houdt.

Klinkers laten van zichzelf weinig water door, al zijn er waterdoorlatende varianten met bredere voegen of poreuze stenen. Ook kun je de oprit licht onder afschot leggen naar een border of grindstrook, zodat het water toch in de tuin terechtkomt. Wil je meer weten over hoe je een tuin groener en klimaatbestendiger maakt, dan vind je op Detuintoppers.nl allerlei tuintips die daarbij kunnen helpen.

Uitstraling en gebruiksgemak

Klinkers geven een strak en verzorgd beeld. Je kunt kiezen uit veel kleuren, formaten en legpatronen, van klassiek keperverband tot moderne langwerpige stenen. Ze zijn bovendien prettig voor rolkoffers, kinderwagens en fietsen, en sneeuw schuif je er makkelijk van af.

Grind heeft een natuurlijke, wat landelijke uitstraling en het knerpen onder je voeten wordt soms gezien als extra beveiliging, omdat je hoort wanneer iemand aankomt. Lopen op hakken of rijden met een rolstoel is er wel lastiger. Grastegels zorgen voor een groene oprit die bijna opgaat in de tuin, mits het gras goed groeit. Bij intensief gebruik kan het er juist rommelig uitzien.

Welke keuze past bij jou?

Er is geen beste oplossing voor iedereen. Het hangt af van hoe vaak je de oprit gebruikt, hoeveel tijd je wilt besteden aan onderhoud en hoe belangrijk een groene, waterdoorlatende tuin voor je is. Een paar vuistregels helpen bij het kiezen:

Veel mensen kiezen ook voor een combinatie, bijvoorbeeld rijsporen van klinkers met grind of gras ertussen. Zo heb je een stevige ondergrond onder de banden en toch ruimte voor regenwater en groen. Welke richting je ook opgaat, neem de tijd voor een goede fundering. Daar hangt uiteindelijk af of je oprit over tien jaar nog net zo mooi en vlak is als op de dag dat hij klaar was.

  • Klinkers: stevig, strak en weinig onderhoud, maar duurder en minder waterdoorlatend.
  • Grind: voordelig en waterdoorlatend, maar het verschuift en vraagt regelmatig bijwerken.
  • Grastegels: groen en goed voor de waterhuishouding, maar minder geschikt voor dagelijks parkeren.
  • Combinaties: rijsporen met grind of gras ertussen geven een goede balans.

Wie langs het Winschoterdiep fietst of rijdt, ziet ze nog steeds: hoge hallen, kranen en soms een half afgebouwd schip dat op de helling ligt. Scheepsbouw hoort al eeuwen bij Hoogezand. Het is een verhaal over turf, vakmanschap en ondernemers die met weinig ruimte toch grote schepen wisten te bouwen.

In dit artikel lees je hoe die scheepsbouw is ontstaan, hoe hij veranderde en waarom de werven ook vandaag nog een belangrijke rol spelen in het dagelijks leven van de streek.

Een kanaal als levensader

Het begin ligt in de zeventiende eeuw, toen het Winschoterdiep werd gegraven als verbinding tussen de stad Groningen en het oosten van de provincie. Rond die vaarweg ontstonden de veenkoloniën, waaronder Hoogezand en Sappemeer. Het hoogveen werd afgegraven en als turf afgevoerd naar de steden. Daarvoor waren boten nodig, en veel.

Zo groeide er langs het water een bedrijvigheid van schippers, timmerlieden en kleine werfjes. Veel schippers lieten hun schip in de buurt bouwen of herstellen. De kennis werd van vader op zoon doorgegeven, waardoor families generaties lang aan het vak verbonden bleven.

Van hout naar ijzer en staal

In de negentiende eeuw werden er nog vooral houten schepen gebouwd: tjalken, snikken en later ook zeegaande schepen zoals schoeners. Rond de overgang naar de twintigste eeuw veranderde dat. IJzer en daarna staal namen de plaats in van hout, en daarmee veranderde ook het werk op de werven. Klinknagels, smederijen en later lasapparatuur deden hun intrede.

Opvallend is hoe de werven zich wisten aan te passen. Waar elders scheepsbouw verdween, schakelden de bouwers in deze regio over op nieuwe materialen en technieken. Die flexibiliteit is misschien wel het belangrijkste kenmerk van de Groninger scheepsbouw.

De bloeitijd van de kustvaarder

In de twintigste eeuw werd de regio bekend om de bouw van kustvaarders: relatief kleine vrachtschepen die langs de kusten van Europa voeren. Veel van die schepen werden ook door Groningse schippers en rederijen geëxploiteerd. Vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog was het druk langs het diep, met talloze werven die werk boden aan grote aantallen mensen uit de omliggende dorpen.

Rond de werven ontstond een hele keten van toeleveranciers. Denk aan:

  • Machinefabrieken en motorenbouwers
  • Smederijen en constructiebedrijven
  • Scheepsinrichters en elektriciens
  • Verf- en schilderbedrijven
  • Opleidingen voor technisch personeel

Dwars te water: een bijzonder schouwspel

Omdat het Winschoterdiep vrij smal is, kunnen schepen hier niet in de lengterichting te water worden gelaten. Daarom gebeurt dat zijwaarts. Bij zo’n dwarsscheepse tewaterlating glijdt het schip opzij van de helling en plonst het met een flinke golf in het kanaal. Voor veel inwoners is dat nog altijd een moment om bij te gaan kijken.

Wil je weten wanneer er weer zo’n tewaterlating plaatsvindt, of lees je graag meer over wat er in de regio speelt, dan vind je op nieuwsuithoogezand.nl lokaal nieuws en verhalen uit Hoogezand en omgeving. Zo blijf je op de hoogte van wat er langs het diep gebeurt.

Scheepsbouw vandaag

Het aantal werven is in de loop der jaren flink geslonken. Faillissementen, fusies en internationale concurrentie hebben hun sporen nagelaten. Toch is de scheepsbouw niet verdwenen. Een aantal werven in en rond Hoogezand bouwt nog steeds schepen voor klanten in binnen- en buitenland, vaak zeer gespecialiseerd en met aandacht voor zuinigheid en duurzaamheid.

Sinds de gemeentelijke herindeling van 2018 valt Hoogezand onder de gemeente Midden-Groningen, maar de werven blijven een herkenbaar onderdeel van het lokale karakter. Ze bieden technisch werk, leerplekken voor jongeren en opdrachten voor bedrijven in de omgeving. Daarmee dragen ze bij aan de werkgelegenheid in een regio die het economisch niet altijd makkelijk heeft gehad.

Erfgoed dat zichtbaar blijft

Ook buiten de werven zie je de geschiedenis terug. Oude schippershuizen, kapiteinswoningen en de lange lintbebouwing langs het water vertellen het verhaal van een gemeenschap die op het kanaal was gericht. Wie met andere ogen door het dorp loopt, herkent overal sporen van die maritieme verleden.

De scheepsbouw in Hoogezand laat zien hoe een streek zonder zee toch een stevige band met de scheepvaart kan hebben. Van turfschuit tot moderne vrachtschepen: de werven langs het Winschoterdiep hebben steeds een manier gevonden om door te gaan. Sta je de volgende keer bij het diep, kijk dan eens goed naar die hallen en hellingen. Je kijkt naar eeuwen werk, vakmanschap en doorzettingsvermogen.

Wie in Dalfsen of elders langs de Overijsselse Vecht woont, weet dat de rivier er in de winter heel anders uit kan zien dan in de zomer. Na langdurige regen stijgt het water, lopen de uiterwaarden onder en staat het water soms opvallend dicht bij de dijken. Meestal blijft het daarbij, maar bij extreme omstandigheden kan wateroverlast ook woningen, kelders en tuinen bereiken.

In dit artikel lees je hoe hoogwater op de Vecht ontstaat, wat je zelf kunt doen om je huis voor te bereiden en hoe je zorgt dat je op tijd weet wat er speelt. Zo sta je er niet onvoorbereid voor als het water stijgt.

Hoe hoogwater op de Vecht ontstaat

De Vecht is een regenrivier. Ze ontspringt in Duitsland en voert water af uit een groot gebied aan beide kanten van de grens. Valt daar wekenlang veel regen, of komt er na een natte periode nog een flinke bui overheen, dan stroomt dat water binnen enkele dagen richting Hardenberg, Ommen en Dalfsen. De rivier reageert dus vaak met enige vertraging op het weer.

Daarnaast speelt de afvoer stroomafwaarts een rol. Als het water bij Zwolle en richting het Zwarte Water minder snel weg kan, bijvoorbeeld door een hoge waterstand of harde noordwestenwind, kan de Vecht zich verder ophopen. Het waterschap houdt de waterstanden en dijken in de gaten en neemt maatregelen wanneer dat nodig is, maar als bewoner doe je er goed aan zelf ook alert te zijn.

Je huis voorbereiden

Veel schade door wateroverlast ontstaat niet door een dijkdoorbraak, maar door water dat via de kelder, het riool of lage deuren naar binnen komt. Met een paar eenvoudige maatregelen beperk je dat risico flink. Denk vooral na over wat er laag in huis staat en wat kwetsbaar is voor vocht.

Het helpt om dit soort zaken al in rustige tijden te regelen. Op het moment dat het water stijgt, wil je niet nog op zoek naar zandzakken of een pomp.

  • Zet waardevolle spullen, documenten en elektrische apparaten hoger, zeker in kelder of bijkeuken.
  • Controleer of je afvoer een terugslagklep heeft, zodat rioolwater niet terug je huis in stroomt.
  • Zorg voor een dompelpomp en eventueel zandzakken of waterkeringen voor deuren.
  • Weet waar je hoofdschakelaar voor elektriciteit en de gaskraan zitten.
  • Bekijk je opstal- en inboedelverzekering, zodat je weet wat wel en niet gedekt is.

Op tijd gewaarschuwd worden

Bij hoogwater is informatie misschien wel het belangrijkste wat je hebt. Landelijke kanalen zoals NL-Alert worden ingezet bij acuut gevaar, maar de dagen daarvoor gebeurt er vaak al veel op lokaal niveau: waterstanden lopen op, wandelpaden in de uiterwaarden worden afgesloten en de gemeente of het waterschap deelt updates over dijkbewaking.

Lokale nieuwsbronnen zijn dan handig, omdat ze juist over je eigen omgeving berichten. Wie het laatste nieuws uit de gemeente wil volgen, kan bijvoorbeeld terecht bij De Dalfsen Gids, waar actuele berichten uit Dalfsen en omgeving samenkomen. Combineer zo’n bron met de officiële kanalen van gemeente en waterschap, zodat je zowel het grotere plaatje als de lokale details meekrijgt.

Kijk ook regelmatig naar het weerbericht voor het stroomgebied, ook dat in Duitsland. Veel regen daar is vaak een voorbode van hoger water in Dalfsen een paar dagen later.

Wat je doet als het water stijgt

Blijf rustig en volg de aanwijzingen van de gemeente, het waterschap en de hulpdiensten. Kom niet onnodig in de buurt van dijken of ondergelopen gebieden; ook al ziet het water er spectaculair uit, het kan sterk stromen en de ondergrond kan zacht zijn. Bovendien hinder je zo mensen die er werken.

Zet je voorbereide maatregelen in werking: verplaats spullen naar boven, plaats waterkeringen en houd je pomp gereed. Heb je kwetsbare buren, bijvoorbeeld ouderen of mensen die slecht ter been zijn, vraag dan even of ze hulp nodig hebben. Dat soort burenhulp maakt in de praktijk vaak een groot verschil.

Na het hoogwater

Als het water zakt, begint het opruimen. Maak foto’s van eventuele schade voordat je iets weggooit of herstelt; dat helpt bij het contact met je verzekeraar. Laat elektrische installaties controleren als ze nat zijn geworden en ventileer goed om schimmel te voorkomen.

Gebruik de ervaring ook om je voorbereiding te verbeteren. Wat ging goed, wat miste je? Schrijf het op, zodat je de volgende keer sneller weet wat je moet doen.

Wie dagelijks pendelt tussen Etten-Leur, Breda, Roosendaal of Bergen op Zoom, kent het gevoel: je rijdt op de automatische piloot je vaste route en ineens staat er een gele bord met een omleiding. Tien minuten extra, een gemiste afspraak of een kind dat te laat bij de opvang wordt opgehaald. Wegwerkzaamheden horen bij een regio die blijft bouwen, maar verrast worden hoeft niet.

Met een paar vaste gewoontes en de juiste informatiebronnen weet je vaak dagen of zelfs weken van tevoren waar je op moet letten. Hieronder lees je hoe je dat aanpakt, zonder dat het je elke dag veel tijd kost.

Waarom lokaal nieuws vaak sneller is

Navigatie-apps zijn sterk in het tonen van files die er nu zijn, maar minder goed in wat er volgende week gaat gebeuren. Gemeenten kondigen werkzaamheden aan riolering, kruispunten of fietspaden meestal ruim van tevoren aan, en die berichten worden vaak opgepikt door lokale nieuwssites en regionale kranten. Daar lees je niet alleen dat een weg dichtgaat, maar ook waarom, hoe lang het duurt en welke omleiding wordt ingesteld.

Juist die context helpt je om slim te plannen. Een afsluiting van één weekend vraagt om een andere aanpak dan een project dat maanden duurt en waarbij je beter structureel een andere route kunt kiezen.

Maak er een vaste routine van

Je hoeft niet elke ochtend het hele internet af te zoeken. Kies een vast moment in de week, bijvoorbeeld zondagavond, om even de lokale berichten door te lezen. Voor nieuws uit Etten-Leur en de directe omgeving kun je terecht bij Lokaal Nieuws Etten-Leur, waar regionale berichten overzichtelijk bij elkaar staan. Combineer dat met de website of nieuwsbrief van je eigen gemeente en de gemeente waar je werkt.

Zo krijg je in een paar minuten een beeld van wat er de komende dagen op je route speelt. Zie je iets langskomen, zet het dan meteen in je agenda met een herinnering op de avond ervoor.

Handige bronnen om te combineren

Geen enkele bron is volledig. Lokale wegen vallen onder de gemeente, provinciale wegen onder de provincie Noord-Brabant en snelwegen zoals de A16, A17, A58 en A59 onder Rijkswaterstaat. Door een paar bronnen naast elkaar te gebruiken, mis je minder.

  • Lokale nieuwssites en regionale media voor aankondigingen en achtergrond
  • Gemeentelijke websites en nieuwsbrieven voor werkzaamheden in de wijk
  • Rijkswaterstaat voor geplande afsluitingen van snelwegen, vaak ‘s nachts of in het weekend
  • Een navigatie-app voor actuele drukte vlak voor vertrek
  • Buurtgroepen op sociale media voor snelle meldingen van bewoners

Plan een vaste alternatieve route

Veel forenzen hebben maar één route in hun hoofd. Rijd op een rustig moment eens een alternatief, zodat je weet hoe het loopt als je vaste weg dicht is. In West-Brabant liggen kernen dicht bij elkaar, waardoor er vaak meerdere wegen naar dezelfde bestemming leiden. Een route over provinciale wegen of door een dorp kan in de spits soms verrassend goed uitpakken.

Denk ook aan andere vervoersmiddelen. Een trein vanaf Etten-Leur, Roosendaal of Breda, of een stuk fietsen over een snelfietsroute, kan tijdens grote werkzaamheden ontspannener zijn dan aansluiten in de rij voor een omleiding.

Overleg met je werkgever of collega’s

Duurt een afsluiting langer, bespreek dan met je werkgever of je tijdelijk andere werktijden kunt aanhouden of vaker thuis kunt werken. Een half uur eerder of later vertrekken maakt rond werkzaamheden vaak een groot verschil. Collega’s uit dezelfde richting hebben bovendien vaak al een handige sluiproute gevonden, of willen misschien carpoolen.

Ook voor ouders die kinderen naar school of opvang brengen loont het om vooruit te kijken. Een korte afspraak met een andere ouder om bij omleidingen samen te rijden, voorkomt stress op de dag zelf.

Houd rekening met de onverwachte dingen

Niet alles wordt vooraf aangekondigd. Een gesprongen waterleiding, een ongeval of spoedreparaties aan het wegdek komen gewoon voor. Check daarom vlak voor vertrek nog even een navigatie-app en neem bij belangrijke afspraken wat extra tijd. Wie de geplande werkzaamheden al kent, heeft in elk geval meer ruimte om met het onverwachte om te gaan.

Met een vaste wekelijkse blik op lokaal nieuws, een paar betrouwbare bronnen en een alternatieve route achter de hand, rijd je een stuk relaxter door de regio. Die omleidingsborden blijven er, maar ze komen je dan niet meer als een verrassing tegemoet.

De laatste weken van december zijn voor veel mensen een moment om terug te blikken en vooruit te kijken. Voor je cryptobezit is dat ook een goed moment. Een jaar lang heb je misschien gekocht, verkocht, gewisseld of gewoon vastgehouden. Ondertussen zijn er nieuwe wallets bijgekomen, wachtwoorden veranderd en apps geïnstalleerd die je inmiddels vergeten bent.

Met een vaste jaarlijkse check voorkom je dat kleine slordigheden uitgroeien tot echte problemen. Je hoeft er geen hele dag voor vrij te maken: een rustige avond met een kop koffie is vaak genoeg om je portefeuille, beveiliging en administratie weer op orde te krijgen.

Breng je portefeuille in kaart

Begin met een eerlijk overzicht. Waar staat je crypto precies? Denk aan exchanges, hardware wallets, softwarewallets op je telefoon en eventuele staking- of leenplatformen. Zet alles in één lijst, met per plek welke munten je daar hebt en ongeveer hoeveel ze waard zijn.

Kijk daarna naar de verdeling. Is één munt door koersstijgingen ineens een veel groter deel van je bezit geworden dan je ooit van plan was? Dat hoeft geen reden te zijn om meteen te verkopen, maar het is goed om bewust te kiezen of je die verdeling wilt houden. Vraag jezelf ook af of je nog weet waarom je bepaalde kleinere munten ooit hebt gekocht. Als het antwoord vaag is, verdient die positie extra aandacht.

Fris je beveiliging op

Beveiliging is iets wat je makkelijk laat versloffen zolang er niets misgaat. Juist daarom loont het om één keer per jaar alles na te lopen. Gebruik de volgende punten als leidraad:

  • Controleer of tweestapsverificatie aanstaat op elke exchange, bij voorkeur via een authenticator-app in plaats van sms.
  • Vervang hergebruikte of zwakke wachtwoorden en bewaar ze in een wachtwoordmanager.
  • Verwijder API-sleutels en gekoppelde apps die je niet meer gebruikt.
  • Update de firmware van je hardware wallet en de apps op je telefoon.
  • Trek in je wallet toestemmingen in die je ooit aan oude smart contracts hebt gegeven.

Controleer je herstelzinnen en noodplan

Je herstelzin, ook wel seed phrase genoemd, is de sleutel tot je bezit. Controleer of je weet waar hij ligt, of hij nog leesbaar is en of hij niet digitaal ergens rondslingert, bijvoorbeeld als foto op je telefoon of in een cloudmap. Als dat wel zo is, is dit het moment om dat recht te zetten.

Denk ook even na over wat er gebeurt als jou iets overkomt. Weet iemand die je vertrouwt dat je crypto bezit en hoe hij of zij daar in een noodgeval bij zou kunnen? Je hoeft je herstelzin niet weg te geven, maar een duidelijke instructie op een veilige plek kan voorkomen dat je bezit voorgoed verloren gaat.

Zet je administratie klaar voor de belastingaangifte

In Nederland valt crypto voor de meeste particulieren in box 3. Daarbij telt de waarde op de peildatum van 1 januari. Het is dus handig om eind december of op 1 januari zelf de stand van al je wallets en accounts vast te leggen, bijvoorbeeld met screenshots of exports met datum erop. Dan zoek je je later in het voorjaar niet suf.

Download ook de transactieoverzichten van je exchanges over het afgelopen jaar. Platforms stoppen soms, veranderen hun systemen of maken oude gegevens lastiger te vinden. Bewaar alles in één map, zodat je bij vragen van de Belastingdienst of je adviseur snel kunt laten zien wat je hebt gedaan. Twijfel je over je eigen situatie, zoals bij staking-opbrengsten of handel als ondernemer, vraag dan een belastingadviseur om raad.

Kijk vooruit naar het nieuwe jaar

Na het opruimen komt het plannen. Bedenk welke doelen je hebt met je crypto: wil je periodiek bijkopen, juist winst nemen bij bepaalde koersen, of alles vooral laten staan? Schrijf je plan kort op. Een vastgelegd plan helpt je om in drukke marktperiodes niet impulsief te handelen.

Regelgeving en markt veranderen bovendien snel, dus het is verstandig om bij te blijven. Wie het nieuws over bitcoin en andere munten wil blijven volgen, vindt actuele artikelen en achtergronden op www.destift.nl, waar je ook een nieuwsbrief kunt ontvangen. Kies daarnaast een paar betrouwbare bronnen en lees verschillende kanten van een verhaal voordat je een beslissing neemt.

Maak er een vaste gewoonte van

De kracht van deze check zit vooral in de herhaling. Zet nu al een herinnering in je agenda voor volgend jaar december, en eventueel een kortere tussentijdse controle rond de zomer. Hoe vaker je het doet, hoe sneller het gaat en hoe minder verrassingen je tegenkomt.

Met een overzichtelijke portefeuille, goed beveiligde accounts en een nette administratie begin je het nieuwe jaar met een gerust gevoel. Dan kun je de koersen gewoon laten voor wat ze zijn en tijdens de feestdagen genieten van iets heel anders dan grafieken.

Een week eerder weg betekent vaak goedkopere vliegtickets, rustigere wegen en een vakantiepark dat nog niet vol zit. Logisch dat veel ouders erover nadenken om hun kind een paar dagen eerder van school te halen. Toch kan dat niet zomaar. Zodra je kind vijf jaar is, geldt de leerplicht, en die regelt precies wanneer een kind wel en niet thuis mag blijven.

In dit artikel lees je wanneer extra verlof is toegestaan, welke uitzonderingen de wet kent, hoe je zo’n aanvraag doet en wat de gevolgen zijn als je zonder toestemming vertrekt.

De basisregel: vakantie in de vakantie

De leerplichtwet gaat ervan uit dat gezinnen op vakantie gaan tijdens de officiële schoolvakanties. Elk schooljaar bevat genoeg vrije weken, verdeeld over herfst, kerst, voorjaar, mei en zomer. Buiten die periodes is je kind verplicht naar school te gaan, ook als het maar om een of twee dagen gaat.

Redenen als goedkoper reizen, files vermijden of een aanbieding die alleen in juni geldt tellen niet als geldige reden. Ook een vakantie die al geboekt is voordat je de regels kende, levert geen recht op extra vrij op. De school mag daar geen uitzondering voor maken, ook niet als de leerkracht er zelf geen bezwaar tegen zou hebben.

Uitzondering vanwege het beroep van ouders

Er is één situatie waarin vakantieverlof buiten de schoolvakantie wel mogelijk is: als het door de specifieke aard van het beroep van een van de ouders onmogelijk is om in de schoolvakanties weg te gaan. Denk aan seizoenswerk in de agrarische sector of de horeca, waarbij de zomer juist de drukste periode is.

Voor dit verlof gelden strikte voorwaarden. Je kind mag hooguit één keer per schooljaar en maximaal tien schooldagen vrij krijgen, en nooit in de eerste twee weken van het schooljaar. Bovendien moet je kunnen aantonen dat er in het hele schooljaar geen enkele schoolvakantie is waarin het gezin twee weken samen weg kan. Meestal vraagt de school daarvoor een werkgeversverklaring of, bij zelfstandigen, ander bewijs.

Gewichtige omstandigheden

Naast vakantieverlof kent de wet verlof vanwege gewichtige omstandigheden. Dat zijn situaties buiten de wil van het gezin om, waarbij het redelijk is dat een kind er niet op school zit. Tot tien schooldagen beslist de directeur, voor langer verlof beslist de leerplichtambtenaar.

Ook bij religieuze feestdagen die niet in de schoolvakantie vallen, mag je kind vrij krijgen. Dat moet je wel ruim van tevoren aan de school melden. Twijfel je of jouw situatie onder een uitzondering valt, dan kun je eens rondkijken op www.schoolvragen.nl, waar je meer uitleg en vragen van andere ouders over school vindt. Daarnaast is de school zelf of de leerplichtambtenaar van je gemeente altijd een goed aanspreekpunt.

  • Een huwelijk of jubileum van naaste familie
  • Een begrafenis of ernstige ziekte in de familie
  • Een verhuizing van het gezin
  • Verplichtingen vanuit geloof of levensovertuiging

Zo vraag je extra verlof aan

Verlof vraag je schriftelijk aan bij de directeur van de school, meestal via een vast formulier. Voor vakantieverlof vanwege het beroep van een ouder geldt dat je dit minimaal acht weken van tevoren doet, tenzij dat door omstandigheden niet mogelijk was. Voeg alle bewijsstukken direct toe, dat voorkomt vertraging.

Wordt je aanvraag afgewezen en ben je het daar niet mee eens? Dan kun je bezwaar maken. De school vermeldt in de afwijzing hoe dat werkt en binnen welke termijn je moet reageren.

Wat als je toch eerder vertrekt?

Ga je zonder toestemming op vakantie, dan spreekt de school van luxeverzuim. Scholen zijn verplicht ongeoorloofd verzuim te melden bij de leerplichtambtenaar. Die kan je uitnodigen voor een gesprek en, als er geen geldige reden blijkt, een proces-verbaal opmaken. Het Openbaar Ministerie kan vervolgens een boete opleggen, die per kind en per dag oploopt. Daarmee is het voordeel van een goedkopere reis vaak snel verdwenen.

Een ziekmelding vlak voor of na de vakantie lijkt misschien een uitweg, maar scholen en leerplichtambtenaren kennen dat patroon. Bij twijfel kunnen zij om een verklaring vragen of navraag doen. Dat levert vooral gedoe en wantrouwen op, terwijl een goede verstandhouding met school juist veel waard is.

Vooruit plannen loont

De meeste problemen voorkom je door het vakantierooster vroeg op te zoeken en je plannen daarop af te stemmen. Schoolvakanties worden ruim van tevoren bekendgemaakt, en wie op tijd boekt, vindt ook in drukke periodes vaak nog redelijke opties. Heb je wel een beroep dat vakantie in de schoolvakanties onmogelijk maakt, ga dan tijdig in gesprek met de school. Een duidelijke aanvraag met de juiste stukken geeft je de beste kans op toestemming, zonder verrassingen achteraf.

Zodra de dagen langer worden, komt het buitenleven in Veendam en de dorpen eromheen goed op gang. Kramen verschijnen op pleinen en in winkelstraten, de geur van poffertjes en gebakken vis hangt in de lucht en op zaterdagmiddag hoor je in de verte de draaimolen. Voor veel inwoners horen de zomermarkten en braderieën net zo bij het seizoen als een fietstocht langs de kanalen.

In dit overzicht zetten we op een rij welke soorten evenementen je in de zomer kunt verwachten, waar je ze meestal vindt en hoe je er het meeste uit haalt. Data en programma’s verschillen per jaar, dus zie dit als een leidraad om je eigen zomeragenda samen te stellen.

De weekmarkt als vast ritme

De weekmarkt in het centrum van Veendam is het hele jaar door een vertrouwd adres, maar in de zomer krijgt hij een extra levendig karakter. Naast de vaste kramen met groente, fruit, kaas en vis staan er dan vaker seizoensproducten, zoals aardbeien uit de regio, nieuwe aardappelen en bloemen voor in de tuin.

Wil je rustig rondkijken en de beste waar meenemen, kom dan vroeg. Later op de ochtend is het gezelliger en drukker, en soms kun je aan het eind van de markt nog een voordeeltje scoren bij de groenteman.

Braderieën en winkelfeesten

Een braderie is meer dan een markt: winkeliers zetten hun waar buiten, verenigingen presenteren zich en er is vaak muziek of een optreden. In Veendam wordt zo’n dag doorgaans in de zomermaanden georganiseerd, waarbij de winkelstraten autovrij zijn en er volop ruimte is om te slenteren.

Ook in de omliggende kernen, zoals Wildervank en Muntendam, zijn er geregeld kleinere varianten. Die hebben een eigen sfeer: overzichtelijker, met meer bekenden op straat en vaak een flinke rol voor lokale ondernemers en vrijwilligers. Wie zelf een kraam wil, kan zich meestal ruim van tevoren aanmelden bij de organiserende ondernemersvereniging of het dorpscomité.

Kermis en dorpsfeesten

De kermis blijft voor jong en oud een hoogtepunt. Botsauto’s, een zweefmolen, een grijpautomaat en natuurlijk de suikerspin: het hoort er allemaal bij. In veel dorpen valt de kermis samen met het dorpsfeest, waarbij een paar dagen lang allerlei activiteiten op het programma staan.

Denk bij zo’n dorpsfeest aan spelletjes voor kinderen, een optocht met versierde wagens, sportwedstrijden tussen buurten en ‘s avonds muziek in een feesttent. Zulke feesten worden vaak volledig door vrijwilligers gedragen, wat ze extra persoonlijk maakt. Wil je weten wanneer het feest in jouw dorp is en wat er dit jaar op het programma staat? Op nieuwsuitveendam.nl lees je regelmatig over evenementen en ander nieuws uit Veendam en de regio, zodat je niets hoeft te missen.

Rommelmarkten en vrijmarkten

Voor wie van snuffelen houdt, zijn de rommelmarkten in de zomer een feest. Ze worden vaak georganiseerd door scholen, kerken of sportclubs, die de opbrengst gebruiken voor een goed doel of nieuwe materialen. Je vindt er van alles: oude platen, kinderkleding, gereedschap en soms een verrassend mooi stuk servies.

Een paar praktische tips helpen je om er een geslaagde dag van te maken:

  • Neem contant geld mee, want niet elke kraam heeft een pinautomaat.
  • Kom vroeg voor de beste vondsten, of laat als je wilt afdingen.
  • Neem een stevige tas of boodschappenkrat mee.
  • Vraag gerust naar de herkomst van een voorwerp; verkopers vertellen er vaak graag over.

Je zomer slim plannen

Omdat veel evenementen in dezelfde weken vallen, loont het om vooruit te kijken. Houd de lokale media, de sociale kanalen van dorpsverenigingen en de aanplakbiljetten bij de supermarkt in de gaten. Organisaties maken data vaak pas een paar weken van tevoren definitief bekend, zeker bij evenementen die afhankelijk zijn van vergunningen of vrijwilligers.

Kom bij voorkeur op de fiets of te voet. Bij braderieën en kermissen zijn straten vaak afgesloten en parkeerplekken schaars. Bovendien is een fietstocht tussen de dorpen langs de oude veenkoloniale linten een mooie manier om meerdere evenementen op één dag te combineren.